Elk jaar dat u deelnemer bent aan het PNB, bouwt u een stukje ouderdomspensioen op. Dit noemen we het pensioenopbouwbedrag. De hoogte van dit jaarlijkse opbouwbedrag is afhankelijk van uw leeftijd (zie de tabel hieronder). Uw uiteindelijke ouderdomspensioen is gelijk aan het totaal aantal deelnemersjaren vermenigvuldigd met uw laatste pensioenopbouwbedrag.

Opbouwbedragen

De opbouwbedragen worden zoveel mogelijk jaarlijks aangepast (zie ook Verhoging pensioen). In de onderstaande tabel vindt u de opbouwbedragen vanaf 2016 bij een volledig dienstverband.

 

Leeftijd

Opbouwbedragen per deelnemersjaar ingaande 1-1-2019 in euro's

Opbouwbedragen per deelnemersjaar ingaande 1-1-2018 in euro's

Opbouwbedragen per deelnemersjaar ingaande 1-1-2017 in euro's

Opbouwbedragen per deelnemersjaar ingaande 1-1-2016 in euro's

 

< 28

 

363,47

 

350,01

 

339,55

 

336,52

28-29

397,98

383,25

371,80

368,48

30-31

430,58

414,64

402,25

398,66

32-34

504,00

485,33

470,84

466,64

35-37

537,97

518,04

502,57

498,09

38-39

574,13

552,86

536,35

531,57

40-41

591,11

569,22

552,22

547,29

42-43

607,82

585,31

567,83

562,76

44-66

624,53

601,40

583,44

578,23

Berekening

Bij de berekening van uw uiteindelijke ouderdomspensioen gaat het PNB ervan uit dat u over alle deelnemersjaren pensioen hebt opgebouwd met het laatst bekende (en tevens hoogste) pensioenopbouwbedrag. Dit maakt de berekening van uw ouderdomspensioen makkelijk. U hoeft immers geen rekening te houden met alle voorgaande leeftijdsafhankelijke opbouwbedragen. Wel is het totale aantal deelnemersjaren begrensd op maximaal 42.

Voorbeelden

U bent 38 jaar en precies 10 jaar deelnemer aan het PNB. Tot dat moment hebt u aan bruto ouderdomspensioen opgebouwd: 10 x € 552,86 = € 5.528,60 per jaar.

Situatie 1:

3 jaar later eindigt uw bisschoppelijke zending. U bent dan 41 jaar en u hebt 13 dienstjaren bij het PNB. Tot dat moment hebt u aan bruto ouderdomspensioen opgebouwd: 13 x € 569,22 = € 7.399,86 per jaar. Dit keert het fonds uit vanaf de maand waarin u 67 jaar wordt.

Als priester/ongehuwd diaken kunt u na dit dienstverband tot aan uw 67e bijvoorbeeld een pastorale benoeming krijgen bij een niet-kerkelijke instelling. Denk daarbij aan de gezondheidszorg, het onderwijs of justitie. U bouwt dan pensioen op over de nog resterende jaren bij het pensioenfonds van de betreffende sector.

Situatie 2:

U gaat op 67-jarige leeftijd met pensioen. Tot die datum bent u precies 39 jaar deelnemer geweest. De hoogte van uw bruto ouderdomspensioen bedraagt dan: 39 x € 601,40 = € 23.454,60 per jaar.

Vragen?

Neem dan contact op met het PNB.